Kerken & Religie

Begijnhof (werelderfgoed)

Het Diestse begijnhof is één van de dertien Vlaamse begijnhoven die deel uitmaken van de UNESCO-Werelderfgoedlijst. Het werd in 1253 gesticht door Arnold IV (Heer van Diest) en opgeheven in 1796 tijdens het Franse bewind. Net zoals in andere steden werd het begijnhof gebouwd op goedkope, marginale gronden buiten het centrum. In dit geval op het lage, drassige terrein aan de Begijnenbeek.

Toegangspoort

Als je onder de Rubensiaanse toegangspoort uit 1671 wandelt, voel je meteen de serene sfeer en het besloten karakter van het middeleeuwse begijnenleven. De barokke rondboogpoort is versierd met twee zuilen en de nis bovenaan herbergt een Mariabeeld, omringd met bloemenslingers en engelenkopjes. Een zinsnede uit het Oude Testament ‘Comt in mynen Hof, Myn suster Bruyt,’ nodigt je uit om dit besloten hof te betreden.

Begijnhofkerk

De Sint-Catharinakerk is een typische begijnhofkerk uit de veertiende eeuw. Ze werd met eerder beperkte middelen opgetrokken en gebouwd met de typische ijzerzandsteen. Een kleine vieringtoren siert de gotische kerk. Deze is toegewijd aan de heilige Catharina, wiens hulp werd ingeroepen bij brand- en huidkwalen. De Sint-Catharinakerk werd recent gerestaureerd en langs de buitenzijde gekaleid.

Aan het hoofdaltaar zie je het schilderij ‘de Aanbidding der Herders’ van Frans Francken de Jonge. De zeventiende-eeuwse preekstoel en de mooi versierde koorafsluiting zijn van de hand van Jan Mason uit Diest. Het stucwerk dat het houten tongewelf van het koor, de kruis- en middenbeuk versierd, is van de achttiende eeuw. 

Stad in de stad

Het begijnhof was als het ware een stad in de stad. Oorspronkelijk bestond het uit een allegaartje van lemen huizen en gebouwen, gegroepeerd rond de kerk en langs enkele straten. In de zestiende eeuw probeerde pastoor Nicolaas van Essche er wat orde in te krijgen. Hij bouwde een pastorie buiten de poort, liet een muur bouwen langs de Vestenstraat en een aantal bouwvallige huisjes slopen. 

Verbouwing

De grote verbouwing van het begijnhof begon in de zeventiende eeuw. Eerst en vooral moesten er veiligere, stenen huizen worden gebouwd. Ook het aantal begijnen steeg, tot 395 in 1674. Samen met de novicen, inwonende kinderen en het dienstpersoneel telde het begijnhof al gauw zo’n zeshonderd bewoners. De meeste van de negentig huizen en conventen dateren dus uit de zeventiende en achttiende eeuw. In enkele daarvan hebben kunstenaars vandaag hun atelier ingericht. Opmerkelijk zijn de talrijke barokke deuromlijstingen en heiligennissen. Ze weerspiegelen als het ware de grote toegangspoort.

Conventen

De nieuwe huizen werden meestal gebouwd door individuele begijnen. Zij legden slechts tijdelijke beloften af en mochten eigen bezittingen hebben. Armere begijnen die zich geen eigen huis konden veroorloven, huurden een kamer. Een aantal armere begijnen hokten dan weer samen in conventen. In het Engelenconvent woonden aan het einde van de zeventiende eeuw negen begijnen. Het is nu ingericht als museum van de grauwzusters. Het cultuurcentrum van Diest bestaat naast de vroegere infirmerie en het Apostelenconvent, uit de Lakenhalle en Den Amer.  In deze laatste locatie spelen zich vandaag het merendeel van de activiteiten van CC Diest af.

 

 

  • Begijnenstraat
  • Het Begijnhof is elke dag vrij toegankelijk.
    De meeste kunstateliers zetten tijdens het weekend hun deuren open.
    'Xaverius Vlaams centrum voor eet- en tafelcultuur' - keuken met kruidentuin: geopend van de lente tot de herfst, op zondag.
    Tel. 013/32 57 51